Ontmoeting
Onderweg zie ik een blik die mijn ogen kruist,
ik twijfel en wend eerst mijn ogen af,
een onbekende kracht dwingt mij als het ware om te kijken,
onze ogen vinden elkaar opnieuw,
de blik is nu warm en intens,
ik voel mij wegzakken in jouw ogen als in een meer,
het lijkt wel een warm bad van herkenning,
van wanneer, van waar, welk moment?
een vage glimlach speelt om je lippen,
je straalt warmte uit en liefde,
van wanneer, van waar, welk moment?
ik weet het zeker,
we kennen elkaar, we hebben elkaar ontmoet,
van wanneer, van waar, welk moment?
zijn wij samen geweest,
hebben wij ooit in elkaars armen gerust,
zijn wij minnaars en geliefden geweest,
of ben ik jouw vriend of vriendin uit een andere tijd,
misschien je vader, of moeder, of misschien je kind,
ach onbekende bekende wat doet het er toe,
het universum is onmetelijk groot,
de tijd speelt geen rol, de eeuwen tellen daar niet,
eens komt het moment dat wij ons weer treffen,
in welke vorm of relatie dat doet er niet toe,
als we maar blijven weten en voelen dat de band er is en blijft,
onze zielen waren en zijn nog steeds verbonden,
ook in de nieuwe tijd,
deze nieuwe tijd zal komen en wij zullen ook daar weer zijn,
wij zullen elkaar weer ontmoeten en liefhebben,
in wat voor relatie dan ook,
de vorm van de band is immers onbelangrijk,
als de liefde en het vertrouwen er maar is,
dat is immers de basis voor de eeuwige liefde,
van mensen waarvan de zielen verbonden zijn,
de verbintenis van de heilige liefde,
de liefde die een onderdeel is van onze Goddelijkheid,
de kracht van God waar wij immers deel van uitmaken,
onbekende bekende persoon die ik nu in de ogen kijk,
ook jij weet dat wij verbonden waren en nog zijn,
ik voel de energie en weet de kracht aanwezig,
dag geliefde uit het verleden en uit de toekomst,
tot ziens.
© Matthijs van den Bos